Voorpret - 8 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië doornemen
8 weken.
Vandaag, zaterdag, is het nog precies 56 dagen tot vertrek. De lucht boven Zutphen hangt zwaar en laag, als een deken die weigert los te laten. Ik loop met de honden langs bekende plekken: de Oude Haven, het gerechtsgebouw, het politiebureau. Ze liggen daar als stille wachters over het ritme van de stad. Het is alsof alles precies zo is als het altijd is — en tegelijkertijd al een beetje aan het veranderen. Want in mij groeit het besef: over acht weken vertrek ik naar de andere kant van de wereld.
Thuis wacht de vrije training 3 van de Formule 1 in Hongarije, maar mijn hoofd zit al elders. Onderweg viel af en toe een druppel uit een dicht wolkendek, een voorbode van de natte zomers die we hier zo goed kennen — en misschien ook wel een reflectie van wat me de laatste tijd bezighoudt.
Afgelopen dagen kreeg ik van Gerard de papieren versie van mijn vliegticket. Keurig uitgeprint, alsof hij daarmee de reis tastbaarder wilde maken. We hebben nu beide versies: digitaal en ouderwets op papier. Zijn zus bewaart al onze gegevens, voor het geval dat. Voor Inge leg ik straks ook nog het een en ander klaar, het hoort bij het ritueel van vertrekken — zorgen dat hier alles in orde is, zodat ik straks echt kan gaan.
We hebben samen een to-do lijstje opgesteld voor Gerard. Het is zijn eerste verre reis, en ik voel hoe bijzonder het is om dat met hem te mogen delen. Ondertussen bestel ik hier en daar nog wat dingen. Vandaag kwam mijn nieuwe Rolfstone noise cancelling headphone binnen — speciaal voor de vlucht. De AirPods doen hun werk wel, maar wie ooit naast me in een vliegtuig zat, weet dat ze nog weleens uit m’n oor willen vallen als ik me omdraai. Ook ga ik voor het eerst vacuümzakken proberen. Misschien krijg ik zo eindelijk eens alles mee zonder die eeuwige strijd met mijn koffer.
Ik heb er zin in. Echte zin. Maar zoals dat gaat, reizen we niet alleen met onze koffers — ook met wat nog onaf is. Wat nog openstaat. En daar zit het verhaal van mijn moeder tussen. Of beter: het verhaal ná haar overlijden.
Het erfrecht in Indonesië blijft een lastig hoofdstuk. De notaris die ik eerder inschakelde, bleek na een jaar radiostilte niet eens meer werkzaam bij het kantoor. Geen bericht, geen overdracht. Een andere notaris nam het over, maar ook die liet niets horen. Twee weken geleden ben ik zelf maar naar het kantoor gegaan. De receptioniste beloofde dat ik teruggebeld zou worden. Nu, bijna drie weken later, wacht ik nog steeds.
Afgelopen week besloot ik het anders aan te pakken. Ik belde een andere notaris, en eindelijk kreeg ik helderheid. Wat ik nodig heb is een beëdigd document in Indonesië, iets waarin vastligt hoe het erfrecht in elkaar zit en of mijn ouders iets hebben laten opstellen. Dat document neem ik mee terug naar Nederland, naar de notaris die me wél heeft geholpen. Hopelijk kan er dan eindelijk een punt achter dit hoofdstuk.
Het heeft me meer geraakt dan ik wil toegeven. Het slepende, het wachten, het onbegrip — alsof verdriet geen deadline kent. En toch: elke stap die ik zet richting Indonesië, is ook een stap richting afronding. Naar helderheid. Naar rust.
56 dagen. Nog 56 nachten in mijn eigen bed. Nog 56 ochtenden koffie op mijn vaste plek. En dan begint het. Dan ga ik weer. Op reis — naar het land dat me zo dierbaar is. En mijn moeder in mijn hart op deze dag, haar geboortedag, 2 augustus. En op de valreep, de eerste drie en de laatste drie nachten zijn bij Yulia 2 in Sanur bevestigd.
Voorpret - 7 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië doornemen
De dagen schuiven langzaam voorbij, alsof ze met zachte hand worden verschoven op de kalender. Nog maar 49 dagen — een getal dat ineens heel klein lijkt als je bedenkt hoe groot de wereld straks wordt. Week één voelt nu als het eerste blaadje in een nieuw schrift, en week twee plakt zich er moeiteloos achteraan.
Zaterdag 9 augustus.
Het gesprek met de HRM-directeur leverde een klein vreugdesprongetje op: officieel mag ik wat extra dagen aan mijn reis vastplakken. Terug op 27 oktober. Een cadeautje in tijd. Alsof er nog een stukje zomer achter de horizon op me ligt te wachten.
En dan — de drone. Vanuit Tsjechië gearriveerd, piepend van nieuwigheid en voorzien van een handleiding in een taal die klinkt alsof je je tong per ongeluk dubbel vouwt. Gelukkig zijn er knoppen, en gelukkig zijn er Jelle en Denise, met wie ik de eerste proefvluchten maakte. De volgende dag alleen op pad, naar de uiterwaarden aan de overkant van de IJssel. De wind, het water, en een beetje onhandigheid — maar hé, leren op je zestigste smaakt net zo spannend als toen je twintig was.
Er waaide deze week ook een digitale bries uit Indonesië. Neef André stuurde een Polarsteps-uitnodiging; hij vertrekt komende week al, zijn zoon Yorrin vliegt in september die kant op, en ergens in het geruis van hints kwam het vermoeden dat ik mijn nicht Marianne misschien op Bali wel zal kunnen tegenkomen. Met nicht Marga gechat, zoals altijd goed voor een paar glimlachjes. Cat-Cat, mijn vaste chauffeur op Bali, meldde dat hij of een vriend ons komt ophalen van het vliegveld. Met Indah Wati, iemand die pa en ma goed kende, haar broertje is een vriend van Rama, zelfs even beeldgebeld; we gaan samen eten zodra ik op Bali ben. En “broertje” Rama, de tatoeëerder, sprankelt van enthousiasme over mijn komst. “Zusje” Meta aan de Goldcoast van Australië, probeerde contact te maken maar wordt tegengehouden door een langdurig fysiek ongemak — we spreken elkaar later wel weer.
En, ik fluister het maar: de koffer staat al in mijn werkkamer. De eerste spulletjes liggen erin, alsof ze alvast willen wennen aan het idee dat ze straks de wereld gaan zien.
Met Gerard naar Apeldoorn geweest: zwembroeken, zwembril, lichte wandelschoenen en een dunne lange sportbroek voor in het vliegtuig. In Zutphen al twee korte joggingbroeken gekocht. Inge heeft me streng toegesproken: géén korte broeken meer kopen. Maar ik twijfel. Vijf gaan er toch in de koffer, ahum, die heb ik gewoon in de kast liggen. Shirts? Meer dan genoeg. Volgens Inge heb ik meer in de kast dan haar. En ja, alweer is er een vuilniszak kleding weg. Ik ben blij dat Inge dat voor me doet… al knaagt het weggooien van mijn slangleren laarzen uit de VS nog steeds aan me. Maar dat is een ander verhaal.
Van Conny, een collega, kreeg ik een boek mee. Niet zomaar een boek — het werk van haar dochter Nienke Kalker, die er niet meer is, maar wiens woorden nog altijd rondlopen. De titel: Ik mis mij ook. Proza, essays, poëzie. Intens. Ik mag beginnen bij het hoofdstuk Tsjak! En zo is er weer een week voorbij. Misschien wordt het mijn reisboek. Misschien ook een klein kompas.
En dan blijft nog de vraag: neem ik mijn MacBook Pro mee? Of kan de iPad Pro het alleen aan, met zijn losse toetsenbord? Schrijven, beelden monteren, verhalen maken. Ik heb nog weken om te beslissen. Weken die korter en korter zullen voelen.
Voorpret - 6 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië doornemen
Zaterdag 16 augustus.
Nog 43 dagen. Het voelt ineens dichtbij, alsof de klok sneller is gaan lopen. Terwijl ik dit schrijf, klinkt Radio Release zoals iedere zaterdagavond. Gewoontes zijn een anker, maar daar tussendoor golft de vrolijke spanning van wat er straks komt.
Amper de vorige week op papier gezet, of er is alweer nieuw nieuws. De kleine dingen maken de voorpret groter: een medicijnzakje, een waszak voor onderweg, compressiezakken om kleding strak in te pakken. Praktische troepjes, maar ze geven me het gevoel dat alles straks soepel zal verlopen. Ondertussen heb ik zowel iPad als telefoon opgeschoond. Lege digitale kasten, klaar om straks gevuld te worden met verhalen, beelden en geluiden.
En het leukste: er komt een extraatje op Polarsteps. Niet alleen foto’s en video’s, maar ook cartoons. Ruim tachtig basis-tekeningen heb ik inmiddels gemaakt. Het idee om de reis in beeld, geluid én stripjes vast te leggen, maakt me nu al blij. Gerard krijgt af en toe een voorproefje. Hij glimlacht, ik zie dat hij het leuk vindt. En ik ook, want uiteindelijk doe ik dit óók voor mezelf. Straks komt alles in een ouderwets fotoboek terecht — mét cartoons. Dat terugkijken gaat een feest worden.
Facebook laat ik bewust links liggen; wie mee wil kijken, kan terecht bij Polarsteps. Daarvoor heb ik zelfs een uitnodigingscartoon gemaakt. En voor een kleine kring is er WhatsApp, lekker persoonlijk.
Dan het trotste nieuws: ons reisshirt! Een zwart T-shirt met daarop in wit de tekening van onze route. Dankzij Denise — wat is ze toch goed bezig met haar bedrijfje. Afgelopen maandag liet Jelle het aan een klein clubje zien en vrijdag, tijdens de koffie, kreeg Gerard de zijne. Zijn gezicht sprak boekdelen. Voorlopig hangt mijn exemplaar nog in de woonkamer. Pas op de dag van vertrek trek ik het aan. Het voelt bijna als een ceremonieel kledingstuk.
Praktisch nieuws is er ook: ik heb een Wise-kaart geregeld. Na eerdere stress in het buitenland met bankpassen wilde ik dit keer een goede back-up. Een digitale kaart nu al op zak, de fysieke kaart komt nog. Dat geeft rust. En ook handig: geld sturen naar Indonesië is via Wise een stuk voordeliger.
Ondertussen druppelen de reisjes van anderen binnen op Polarsteps. Oud-collega Ad fietst door de mooiste hoekjes van Nederland. De tante en oom van Inge stoken ons op met foto’s van Rouen. Neef André — jarig nog wel — reist samen met zijn vrouw over Java. Iedere foto die ik zie, maakt het verlangen sterker. Polarsteps blijkt niet alleen handig, maar ook verslavend.
En dan dat beeld: over zes weken staan Gerard en ik rond dit tijdstip bij de gate. Wachtend. Met een glimlach die groter wordt naarmate de klok tikt. Het avontuur komt eraan.
Voorpret - 5 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië weergeven
Nog 35 dagen wachten.
17 augustus 1945. Een dag die geschiedenis schreef: de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen door Soekarno en Hatta. Afgelopen week vierde Indonesië de tachtigste verjaardag van dat moment. Voor Indonesië een feestdag, voor Nederland een verlies. Het einde van de macht over Nederlands-Indië. Pas in 1949 kwam de officiële erkenning, na een gruwelijke strijd die netjes verpakt werd onder namen als Operatie Product en Operatie Kraai. Geen memorabele periode, eerder een wond die nog altijd schrijnend is.
De politionele acties kostten meer levens dan Nederland zelf verloor in de Tweede Wereldoorlog — inclusief de slachtoffers van de kampen. Burgers, vrijheidsstrijders, mensen die simpelweg op de verkeerde plek stonden. Nederland kocht zijn schuldgevoel af met fooien, liet kwesties als die van de Molukkers slepen en toonde zich onbetrouwbaar. Het doet pijn om op te schrijven, maar zwijgen zou nog pijnlijker zijn. Want vergeten is verraad.
Twee dagen eerder, 15 augustus, herdachten we in Nederland de slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Een terechte herdenking. Maar amper twee jaar later, in 1947, begon Nederland zelf opnieuw een oorlog. De bersiap-periode, vol chaos en geweld, was de aanleiding. Duizenden doden vielen — officiële tellingen spreken van 3.500, maar historici als Lou de Jong schatten er vele tienduizenden. En ergens daar, tussen cijfers en verhalen, bevindt zich mijn eigen plek. Als kind van twee bloedlijnen balanceer ik nog altijd op dat koord van gevoelens.
En dan de kleine beslommeringen van deze week. Misschien onbeduidend voor een ander, maar voor mij juist de lichtpuntjes die energie geven. Ik schrijf, ik bereid voor, ik tel af. Toch blijft het lastig om onder woorden te brengen wat Indonesië met me doet. Het zit in mijn bloed, in mijn DNA. Naarmate ik ouder word, voelt het land sterker, dichterbij. Rust. Vertrouwd. Misschien zelfs thuiskomen. Maar dat woord gebruik ik voorzichtig, alsof ik bang ben de uitkomst te veel te ontleden.
Ik koester plekken die zich in mijn hart hebben verankerd: de tuin van Kelapa Mas in Candidasa, de bank bij Billy’s Café in Sanur, een kop koffie bij Pepito’s Baker’s Corner, een maaltijd bij het blauwe stalletje Arema Mas Bejo aan de Jalan Kediri in Tuban. Het restaurant achter de roze muur dat allang verdwenen is, maar in mijn geheugen blijft bestaan. Squash drinken bij Ketut in She Café. Rondhangen bij broertje Rama. Het zijn plekken die me raken zoals geen enkele plek in Nederland dat kan.
Afgelopen zaterdag bij Dieuwertje aan de koffie hadden we het over datzelfde blauwe stalletje. Mocht ze ooit terugkeren naar Bali, dan is dát de plek waar ze wil eten. Eenvoudig, smakelijk, onvergetelijk. Precies zoals Indonesië voor mij is: een plek die in je lijf blijft hangen.
En dan mijn eigen analyse. Indonesië is geen gewoon reisdoel. Het land is onlosmakelijk verbonden met mijn geschiedenis. Het koloniale verleden, het KNIL, de littekens van Nederlands-Indië — ik kan het niet negeren. Het is niet iets waar ik trots op ben of mee wil pronken, maar het vormt wel een deel van wie ik ben.
Juist daardoor zijn de bersiap-tijd en de politionele acties voor mij nooit abstract. Ze werken door in mijn bestaan, ook al heb ik ze zelf niet meegemaakt. Indonesië ervaar ik altijd in twee lagen: de schoonheid van het land en zijn mensen, en de schaduw van een verleden dat in mij blijft meeklinken. En misschien is dát de reden waarom ik steeds terug moet. Omdat mijn hart er lichter wordt. En soms is dat de enige weg die je kunt volgen.
Nog 35 dagen, en ik zal opnieuw voelen hoe zwaar én hoe licht Indonesië tegelijk kan zijn.
Voorpret -4 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië weergegeven
Voorpret – nog 27 dagen
Indonesië. Een eindeloze archipel van eilanden, 17.508 volgens de officiële telling. Ruim 11.500 daarvan zijn onbewoond, veel zelfs zonder naam. Onzichtbare stipjes in de zee, onbekend maar bestaand. Zesduizend eilanden dragen mensen, dorpen, levens. Wij beperken ons tot zeven. Van Sumatra tot Papua meet het land meer dan vijfduizend kilometer. Voor de beeldvorming: dat is de afstand van de Noordkaap in Noorwegen tot tweehonderd kilometer ten zuiden van Caïro. Een wereld in de wereld.
Het gebied beslaat 7,8 miljoen vierkante kilometer. Nederland, met zijn 41.500 km², valt daarbij in het niet. Het aantal vliegkilometers dat ons te wachten staat, heb ik eens uitgerekend: bijna 30.000. Reizen over land en zee nog eens zo’n 1.500 à 2.000 kilometer. Cijfers die vooral dienen om te laten zien: dit is grootser dan je je voor kunt stellen.
En toch voelt het klein en dichtbij. Want eigenlijk staat alles al klaar. De koffer in mijn werkkamer, grotendeels gevuld. Niet vol, want hij blijft straks in Sanur. Alleen mijn rugzak met kleding ligt erin, de tweede rugzak zal gevuld worden met apparatuur. Licht reizen dus. Op de terugweg wordt dat ongetwijfeld anders. Dan is er ruimte nodig voor alle nieuwe herinneringen en — vooruit — wat prullaria. Mijn werkkamer staat al aardig vol met Indonesische vondsten, maar er kan altijd nog wel iets bij.
Soms is het eenvoudig: voor Dieuwertje hoef ik alleen een zak chips mee te nemen. Voor anderen wordt het ingewikkelder. Maar weten wat níet mee hoeft, scheelt ook.
Ondertussen komen de signalen van de buitenwereld voorbij. Een filmreclame: Verliefd op Bali. Zo’n dertien-in-een-dozijn-romcom, maar toch — in de trailer herkende ik plekken. Ga ik kijken? Misschien. Ook praktische dingen lopen gewoon door: twee extra dunne broeken besteld, één ervan wordt mijn vliegbroek. Makkelijke schoenen staan klaar, samen met het T-shirt van Denise met onze route erop. De Decathlon-broeken waren er zelfs sneller dan de weken die ik aftel: zondagmiddag besteld, maandagmiddag al in huis. Binnen 24 uur geleverd, terwijl ik nog 27 dagen moet wachten.
Wat ik graag wil, is jullie meenemen. Niet alleen in woorden, maar ook in beeld en geluid. De reis vangen zoals hij klinkt, voelt en ruikt. Daarom stel ik de komende weken een paar nummers van de IJslandse band Sigur Rós voor. Hun muziek is voor mij de klank van reizen in gedachten. Het eerste nummer: Svefn-g-englar. Een tip: luister met oordopjes of een koptelefoon. Sluit je ogen. En reis alvast een stukje mee.
De dagen lijken zich te versnellen. Op het werk vliegen ze voorbij, vrije dagen glippen nog sneller weg. Alleen de maandagavonden met Gerard, JJ en Jelle zijn een moment waarop de tijd even stilstaat: spelletjes, drankjes, hapjes. Deze week kwam een OR-collega langs, toevallig voor de deur bij Gerard. Even in de kelder gekeken — zomaar een onverwachte ontmoeting.
Dinsdag stond in het teken van iets ouderwets dat tegelijk nieuw voelt: een website bouwen. The Happy Ending Tour 2025 – Indonesia. Alles krijgt er een plek, behalve de MOV-bestanden van de iPad. Het adres laat nog even op zich wachten, maar de constructie staat al. Precies zoals ik het voor me zie. Ondertussen bestelde ik een kofferovertrek, zodat mijn koffer straks niet anoniem rondjes draait op de band. En wat kleine reisprullaria, “collectables” voor de mensen die straks iets van ons krijgen.
En zo schuiven de dagen door. Het lijkt alsof de tijd sneller wil dan de klok kan aangeven. Maar de kalender is geduldig.
Nog 27 dagen, en dit verhaal wordt werkelijkheid.
Beide rugzakken gaan gedurende de reis los mee, de koffer blijft na aankomst in Sanur. De rugzak met naam gaat mee als handbagage. Zo kan ik de koffer nog mooi vullen voor de vlucht terug met cadeaus en meer. In de ene zit al mijn apparatuur en in de ander kleding e.d.
Voorpret, nog 3 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië weergegeven
Volgens de klassieke numerologie schuilt er tussen de lijnen van mijn naam een geheim getal. Donald telt zich samen tot vijf. En vijf is niet zomaar een cijfer — het is het getal van de zintuigen. Alles zien, ruiken, proeven, horen en voelen. Leven in volle kleur, in scherp geluid, in de geur van regen en wierook, in de smaak van onbekend fruit en in de aanraking van wind op mijn huid.
Vijf staat ook voor avontuur, nieuwsgierigheid, vrijheid. Geen rechte weg die eindeloos doorloopt, maar een pad dat kronkelt, uitnodigt en verrast. Ik herken mezelf daarin: telkens opnieuw de drang om te reizen, te ontdekken, te beleven. Niet om te heersen over de wereld, maar om er middenin te staan, met open ogen en een open hart.
Misschien is dat de ware betekenis van mijn naam. Dat ik niet alleen Donald ben, maar een reiziger in de breedste zin van het woord — iemand die intens leeft en beleeft, en steeds weer een nieuw verhaal vindt, achter elke bocht, bij ieder onverwacht geluid, bij de eerste hap van onbekend fruit. Donald als archetype: de reiziger-leider. Iemand die niet stilzit, maar de wereld intrekt, verhalen verzamelt en anderen daarin meeneemt. Grappig eigenlijk, jezelf bekijken vanuit de derde persoon, alsof er een alter ego bestaat dat meeschrijft in deze verhalen.
Mijn naam draagt een erfenis met zich mee. Donald, afgeleid van het Gaelische Domhnall, betekent “heerser van de wereld.” Een machtige betekenis, maar voor mij met een dubbele lading. Waar een andere Donald die naam gebruikt om letterlijk te willen heersen — met bewondering voor dictators als Poetin en Kim Jong-un — kies ik een ander pad.
Ik ben Donald, de reiziger. Voor mij gaat het niet om macht, maar om verbinding. Niet om heersen, maar om leren kennen. De wereld ontdekken met open ogen en een open hart, in respect voor elke cultuur, ongeacht bloedgroep, huidskleur of geaardheid. Het contrast is groot. Terwijl het nieuws uit the land of the free dagelijks wordt gevuld met narigheid, kies ik ervoor om juist de schoonheid te zien. De eenvoud van een glimlach, het onverwachte gesprek in een warung, de geur van onbekend fruit op een markt. Mijn naam mag dan dezelfde zijn, maar mijn betekenis schrijf ik zelf.
Ik voel me Indo. En dat is nooit alleen maar een etiket geweest, het is mijn hele blik op de wereld.
Mijn moeder zei altijd dat zij In Nederland Door Omstandigheden terechtkwam. Niet omdat zij dat wilde, maar omdat de geschiedenis haar dwong. Ze kwam met verhalen die soms fluisterden en soms zwegen. Ik voelde als kind al dat achter haar woorden een wereld lag die verloren was – een leven in de tropen, met geuren, geluiden en een warmte die je niet in Nederland kunt vinden.
Ik ben geboren in een ander land, maar mijn roots reiken verder dan deze bodem. Als ik mijn huis rondkijk, zie ik Indonesië overal terug: in de kunst aan de muur, in de houten beelden, in de stoffen. Het is alsof die wereld altijd een kamer voor zichzelf opeist. En als ik daar naar kijk, voel ik dat ik niet alleen uit Nederland kom, maar ook uit een geschiedenis die me voorafging, een geschiedenis die ik me soms toe-eigen, en soms ook moeilijk kan dragen.
Ik ben vaak in Indonesië geweest, en iedere keer voelt het alsof ik niet op vakantie ga, maar terugkeer. Sanur, Candidasa, de stilte van de tuin bij Kelapa Mas… het voelt meer als thuis dan de straat waar ik geboren ben. Daar, op Bali, in de warmte en het rumoer van de straten, word ik niet “half dit en half dat”, maar gewoon heel.
Toch is Indo-zijn niet alleen thuiskomen. Het is ook balanceren. Ik merk dat ik de donkere en zware bagage van mijn moeder draag – een stille pijn die in mij doorwoekert. Het onrecht, de gedwongen keuzes, de stilte waarin veel werd ingeslikt. Het zit in mijn DNA, in hoe ik altijd een lichte onrust voel, in hoe ik zoek naar verbinding, maar nooit helemaal vastgeklonken raak.
En toch… er is ook luchtigheid. Humor. De wetenschap dat je met een beetje improvisatie altijd je weg vindt. Dat je sambal overal bij kunt eten, ja zelfs bij een boterham pindakaas. Dat je kunt schakelen tussen werelden, zonder jezelf te verliezen.
Ik ben niet half. Ik ben niet dubbel. Ik voel me Indo. Met de geur van kruidnagel in mijn herinneringen, met de donkere schaduw van de geschiedenis in mijn hart, en met een lach die er altijd dwars doorheen breekt. Want Indo’s maken van restjes een feestmaal, van pijn een verhaal, en van omstandigheden een thuis.
En dan, midden in dit zelfonderzoek, zijn daar de foto’s die ik deze week kreeg van Rama. De eerste die ik zag, was met Putu, zijn twaalfjarige dochter, de oudste van zijn drie kinderen. Op die leeftijd vindt een belangrijke Balinese ceremonie plaats: Menek Kelih — coming of age. Een ritueel voor kinderen rond de puberteit, vaak tussen elf en dertien jaar. Het markeert de overgang van kind naar jongvolwassene. Er wordt gebeden en geofferd, en de priester zegent het kind. Juniie, Rama’s vrouw, stuurde wel zestig foto’s. En zo kreeg ik een blik op hoe het leven daar intens wordt beleefd.
Wat ik vanaf de zijlijn meekrijg, raakt me al diep. Het doet me denken aan de foto’s die Thea destijds stuurde vanaf Java. Hoe ik die tijd mis. Hoe ik Thea mis. En alsof de cirkel rond moest zijn, zag ik deze week ook een foto van mijn vader. Mijn tante had die gedeeld op Facebook, op zijn geboortedag, 30 augustus. En ineens stond ik weer met beide voeten in het hier en nu, terug in de realiteit. En naar nieuws uit Indonesië. Onrust in Jakarta en Makassar met doden tot gevolg. Het harde beleid van president Prabowo Subianto doet het land geen goed. En het nieuws van een corrupte regering die aan zelfverrijking doet blijft mij de hele week achtervolgen. En de hele week verschijnen er beelden van steden over heel Indonesië waar de onlusten ernstige vormen aannemen. Corruptie in zijn meest donkere gedaante.
Nog 21 dagen – en elke dag dichterbij het land waar verleden en toekomst elkaar raken.
Putu en Rama, op de dag van Menek Kelih — coming of age. Een belangrijke ceremonie.
Voorpret, nog 2 weken.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië weergegeven
Nog veertien dagen. Wat kan tijd soms rennen, en op andere momenten bijna dodelijk traag voorbij glijden. Nu, met de reis zo dichtbij, lijkt elke minuut de klok bijna af te remmen. Ik tel de dagen, de uren, soms zelfs de minuten. En tegelijk gebeurt er genoeg om te schrijven — alsof de tijd zichzelf wil verantwoorden.
Afgelopen zondag zag ik dat de documentaire Anak Indië draaide in Zutphen, en voor de laatste voorstelling, woensdag 10 september, regelde Inge kaartjes. We gingen samen, met Gerard. Die film wilde ik zien. De afgelopen weken schreef ik al vaker over Nederlands-Indië, over Indonesië, over mijn bloedlijn. In Anak Indië kwamen die verhalen tot leven: bekende Indo’s aan het woord, beelden van vroeger, geschiedenis die je niet zomaar loslaat. Ik ben blij dat ik dit nog voor de reis kon meemaken. Het raakte me.
Intussen volg ik Fitria Jelyta online, Indonesië-kenner en commentator. Wat zij laat zien, is niet fraai. Het harde beleid van de huidige regering werpt een donkere schaduw over de gordel van smaragd. De geschiedenis van Indonesië wordt herschreven; zwarte bladzijden moeten verdwijnen uit schoolboeken. Alsof vergeten hetzelfde is als vergeven.
De feiten zijn scherp en niet te negeren:
• De dictatuur ten tijde van mijn geboortejaar kostte naar schatting één miljoen burgers het leven.
• President Prabowo Subianto, nu aan de macht, is de schoonzoon van Suharto, de man onder wiens regime die misdaden plaatsvonden.
• Prabowo had destijds zelf hoge militaire functies, commandant van Kopassus en Kostrad, en schond mensenrechten in 1998.
• Suharto was verantwoordelijk voor de bloedige gebeurtenissen in 1965-1966, maar zijn rol wordt nu stelselmatig afgezwakt in de geschiedenisboeken.
Saillant detail: Inge en ik ontmoetten ooit B.J. Habibie, de opvolger van Suharto, in 1998 in Lovina, Bali. Dieuwertje was nog maar een jaar oud. Habibie sprak goed Nederlands, herinner ik me. Hij probeerde destijds steun te winnen op Bali, want populair was hij niet. Hij bleef maar kort president, tot oktober 1999, en was jarenlang de vice-president onder Suharto zelf.
Terwijl ik dit schrijf, 8 september, staan we op een camping in Wichmond. Er komt een pakketje binnen voor de reis — timing perfect, want vanavond ben ik in Zutphen voor onze wekelijkse spel- en bieravond. Morgen verwacht ik een nieuwe aanwinst: een TLR (Twin-Lens Reflex) camera, klein formaat, digitaal, maar geïnspireerd op de modellen uit de jaren dertig. Je kijkt van bovenaf in de camera en ziet je beeld al als een compositie, nog voor je klikt. Ik kies voor zwart/wit fotografie met deze camera. Gerard heeft recent ook een camera besteld, hij gaat voor een vintage stijl foto’s. Onze fotografie krijgt straks weer een nieuwe laag.
En dan Anak Indië. Vandaag gezien, van 17.15 tot 19.15 uur in de Luxor, Zutphen. Gelukkig samen met Inge. Veel herkenning, nieuwe inzichten ook. Ik kan het nu nog beter verwoorden:
Indo zijn betekent voor mij: thuiskomen in een land dat je nooit helemaal verlaten hebt, en in jezelf herkennen wat generaties vóór je met zich meedroegen.
Ruim 55.000 bezoekers zagen de documentaire al; veel te weinig als je bedenkt dat er in Nederland zo’n 1,5 tot 2 miljoen mensen van Indische komaf zijn — bijna 10% van de bevolking. Niet iedereen is bezig met zijn of haar achtergrond, dat weet ik. En CBS spreekt liever over Indische Nederlanders of mensen met (deels) Indonesische herkomst dan over Indo’s. Maar voor mij is het woord geladen met betekenis.
De documentaire heeft mijn gevoel voor Indonesië verder verdiept, mijn verlangen om er te zijn alleen maar groter gemaakt. Intussen komt het laatste nieuws uit Bali: zware overstromingen, ook op plekken waar wij straks zullen komen. Rama stuurde beelden — heftig om te zien. Maar het is het dry season. Ik weet hoe snel het weer kan omslaan.
En zo schuiven de dagen door. Nog veertien streepjes op de kalender, en ik merk hoe de spanning groeit. Het uur nul komt dichtbij.
Nog 14 dagen – en de klok tikt hoorbaar richting vertrek.
Een deel van de merch van de reis…
Een van de drie verschillende badhanddoeken van 190x80.
onder: Gerard’s koffer hoes. Die zal duidelijk terug te vinden zijn op het vliegveld.
Voorpret, nog 1 week.
Wekelijks de aanloop van de reis naar Indonesië weergegeven
Voorpret – de laatste week
Het begon maandag met een simpel mailtje van de websiteprovider: “Je kunt online.” Geen excuses, geen lange uitleg – alleen dat bericht. En daarmee stond ineens alles open: de website draait, de informatie kan eruit. Het gaf een soort vrijheid. Want niet iedereen kan overweg met Polarsteps, zo hoorde ik. En de website… tja, die heeft meer mogelijkheden. Geluiden, foto’s, verhalen – wie wil, kan meelezen en meeluisteren.
Op Bali regent het ondertussen. Rama schreef dat het met bakken uit de hemel komt. Dat klinkt bijna gewoon voor Bali ondanks de droge periode, maar dit keer haalt het de wereldnieuwsberichten. En ja, in 2023 heb ik met Dieuwertje ervaren hoe zo’n tropische bui eruitziet. Dat is niet iets wat je vergeet.
Dinsdag bracht druilerig weer, maar ook een lichtpuntje: Anak Indië komt 1 oktober online bij picl.nl. Betaald, ja. Maar wat mij betreft elke euro waard. Ik zag de documentaire al eerder en het raakte me diep. Herkenning, familiegeschiedenis, pijn en trots door elkaar. En dan dat kleine berichtje tussendoor: nicht Marianne en haar man Henk vertrekken een week vóór ons naar Indonesië. Stel je voor: we zouden elkaar zomaar kunnen tegenkomen op Lombok of in Yogyakarta. Het zou het verhaal nog mooier maken.
Maar tussen het reisplezier schuurt de wereld. Gaza, Oekraïne. Oorlog, vernietiging, genocide en de mensheid die toekijkt. Ruim 140 landen erkennen Palestina. Het land waar ik woon, verbiedt fruit uit bezet gebied en weert 2 politici uit Israël. Ik maak er cartoons van, want meer kan ik niet doen. Alleen tekenen wat het met me doet.
Woensdag rommelde ik met mp3-opnames voor de website. Het idee groeit: Polarsteps wordt de basis voor tekst en foto’s, de website wordt de plek voor zoveel meer. Geluid, misschien zelfs bijzondere video’s. Straks zal er zelfs een boek uit rollen, een tastbaar einde van een digitale reis.
Op donderdag raast het nieuws van de afgelopen dagen weer binnen: overstromingen op Bali en Flores, nieuwe veiligheidsminister, demonstraties met geweld en arrestaties. Het Nederlandse reisadvies waarschuwt voor Papoea, Indonesië reisadvies, code geel, en Bali experimenteert met weerstechnologie om de volgende ramp te voorkomen. Het klinkt bijna sciencefiction, maar het is bittere realiteit.
Ook zal ik de komende weken mijn vaste zaterdagavond ritueel missen. Ik luister dan naar radio release, van 19.30-24.00 uur. Gezien het tijdsverschil wordt dat helaas erg lastig. Gelukkig kan ik deze zaterdagavond (20 sept) nog even genieten.
En daar tussendoor een praktisch bericht: sinds 1 september is er een digitale aankomstkaart verplicht voor reizigers naar Indonesië. Online invullen, QR-code mee, visum blijft apart geregeld. Even wennen misschien, maar beter dan drie verschillende formulieren bij aankomst.
Nu, na acht weken schrijven in het hoofdstuk voorpret, merk ik wat deze weken hebben gedaan: ik schreef met een roze bril én met een pijnlijke pen. Over mijn eigen verleden, dat van mijn familie, en de schaduwen die nog steeds over de wereld hangen. Gerard en ik, we gaan straks vooral reizen, genieten, afstand nemen van de dagelijkse ellende. Maar niet wegkijken. Nooit helemaal wegkijken.
Cartoons zeggen straks wat woorden soms niet kunnen: geen politiek, alleen pijn, en een stille wens dat het anders kan.
“Reizen opent je ogen, maar soms laat het je ook ervaren hoe vaak we ze sluiten.”