Dag 10, maandag 6 oktober 2025
- 📍 Locatie (hotel Rumah 25 Syariah, Bukittingi, Sumatra)
- 🥥 Ontbijt: The Jane speciaal / 🍛 Lunch: rijsttafel / 🍲 Avondeten: geen
- 🍊 Fruit van de dag: geen
- 🎧 Geluid van de dag (gedaan)
- 🖼️ Cartoons & beelden (gedaan)
- 🌊 Gezwommen nee
- 🐾 Bijzonder moment / ontmoeting: Erizal, chauffeur ontmoet
- 🌟 Reflectie / afsluiter: soms is de herinnering mooier dan de werkelijkheid
Verhaal
De nacht lijkt eindeloos. De bus slingert over smalle wegen, hobbelt, kraakt en giert alsof hij elk moment uit elkaar kan vallen. De airco loeit onbarmhartig, en van het plafond drupt gecondenseerd water neer op vermoeide reizigers. Het voelt als een dodenrit waar niemand om heeft gevraagd, maar waar iedereen gelaten in mee beweegt. De bus is afgeladen vol. Af en toe stopt hij, midden in de nacht, en stapt iemand uit in het donker. De chauffeur trekt dan onverschrokken weer op, alsof er geen begin of einde is aan deze reis. Buiten leeft de wereld door — zelfs om twee uur ‘s nachts zijn er lampjes, kraampjes, brommers, mensen. Sumatra slaapt niet.
Rond drie uur verlaten de passagiers naast ons de bus. Opluchting. Even wat ruimte. Maar nauwelijks vijftien minuten later ploft een andere reiziger op dezelfde plek neer en valt prompt in slaap, luid snurkend. Anderhalf uur later is ook hij verdwenen, en schuif ik op zijn stoel. Een klein moment van winst. Ik dommel even in, maar elke hobbel, elke ruk aan het stuur maakt een eind aan de rust. De uren vervagen. De chauffeur stopt soms zonder reden, en weer rijden we door. De tijd verliest betekenis. Ik probeer te berekenen hoe lang we al onderweg zijn, maar het lijkt een eeuwigheid. Dan zie ik het bord: Bonjol. De evenaar. Een denkbeeldige lijn die de wereld verdeelt in noord en zuid. Hier, precies op dit punt, zouden we met één voet op elk halfrond kunnen staan. Maar de bus stopt niet bij het teken. We rijden verder, alsof zelfs de evenaar vandaag niet belangrijk genoeg is.
De minuten worden uren. En dan ineens, na vijftien uur onderweg, bereiken we Bukittinggi. Het is iets over tienen in de ochtend. Buiten is het chaotisch en rumoerig, de bus stopt bij een halte die geen halte lijkt. Mensen stappen uit, tassen worden aangereikt, iedereen zoekt zijn eigen richting. Wij ook. Even weet ik niet waarheen. De straten zijn onbekend en druk. Gelukkig herinner ik me dat ik onderweg nog snel een slaapplek had geboekt — Rumah 25 Syariah. Twee kamers voor nog geen tientje samen. Eenvoudig, maar het volstaat. We vinden een chauffeur, spreken een prijs af en wisselen nummers uit via WhatsApp. Hij zal ons morgen vroeg naar het vliegveld brengen.
Het hotel blijkt inderdaad eenvoudig. Gerard heeft een bed, ik slaap in de kamer ernaast — op de grond. Vier muren, geen raam, een klein tafeltje en een ventilator die meer lawaai maakt dan koelte brengt. Het toilet en de douche zijn gedeeld, op de gang, en ja, het is weer een hurktoilet. Na al die weken weet ik het zeker: dit wordt nooit mijn ding. We rusten wat uit en gaan rond half twee de wijk in. Bukittinggi voelt rauw en echt, geen toeristisch decor, maar het Indonesië van alledag. We eten bij een eenvoudige warung. Het eten is simpel, maar het vult, en de smaken zijn goed. De gastheer lacht vriendelijk terwijl we afrekenen. Het is duidelijk, hier eet niet vaak een reiziger.
Terug in het hotel besluiten we de F1 van Singapore te kijken. We zitten samen op Gerards bed, drinken wat, hebben iets te knabbelen en zien Max zijn tweede plek verdedigen. Gerard vindt het gezellig — tot hij het niet meer meekrijgt. Binnen een paar minuten ligt hij te snurken. Ik blijf nog even zitten, kijk verder, maar de race verliest mijn aandacht. Een kwartier later sluip ik naar mijn eigen kamer. De ventilator bromt, het licht flikkert, en de stilte van de stad is ver te zoeken. Rond half acht spreken we af iets te eten, maar de vermoeidheid wint. Vanavond vroeg slapen — morgen vertrekken we om zes uur richting het vliegveld.
Een vlucht via Jakarta naar Yogyakarta. De zesde vlucht al deze reis. Meer dan 15.000 kilometer afgelegd, en de weg is nog lang. Terwijl ik mijn ogen sluit, hoor ik het verkeer buiten, de echo van de bus nog in mijn hoofd. Reizen is vermoeiend, ja. Maar de verhalen, de gezichten, de indrukken — ze maken het onvergetelijk. Bukittinggi was bedoeld als bestemming, maar werd slechts een tussenstation. Toch zal ik me juist deze dag herinneren. Niet vanwege wat er was, maar vanwege alles wat we onderweg meemaakten.
Geef deze dag het aantal sterren dat het verdient, volgens jou.
Reactie plaatsen
Reacties