Verhaal
De nacht was nat, zó nat dat het leek alsof de regen god zelf besloot om zijn emmers met milliliters tegelijk leeg te gooien boven het eiland. Gelukkig was het midden in de nacht, en lag ik veilig onder het dikke dekbed van mijn ruime bed. De temperatuur zakte naar een prettige 18 graden — een zegen na dagen van vochtige warmte. Toch word ik even wakker, rond twee uur.
Ik loop naar buiten, naar het kleine zitje op het balkon. Het is donker, alleen het monotone getik van regen op het dak en het gefluister van het water op de bladeren van de bomen naast de kamer doorbreken de stilte. Af en toe een geluid uit de jungle, een vogel of iets dat beweegt — niet dreigend, eerder geruststellend. De regen wordt zachter, ik trek mijn benen op, luister nog even, en besluit dan mijn hoofd weer in de kussens te duwen. Binnen een paar tellen ben ik weg.
Even voor zessen ben ik wakker. Ik wil de zonsopkomst zien, maar de hemel laat zich vanmorgen niet van haar beste kant zien. De regen heeft zijn sporen nagelaten. Aan de overkant, bij het vaste land van Sumatra, hangen wolken als zware sluiers over de bergkammen. Het is fris, er staat een wind die de koelte over het Tobameer blaast. Ik besluit te douchen. Warm water — wat een feest — en een echt toilet. Geen hurktoilet, maar eentje met een vaste tjebok; een luxe die ik inmiddels ben gaan waarderen.
Het ontbijt is eenvoudig maar heerlijk. Gerard en ik nemen de tijd. Jojol, de vrouw van Frans, verrast ons met versgebakken lekkernijen, waaronder gula Wahid, een zachte, zoete lekkernij die me plotseling terugbrengt naar mijn jeugd, naar mijn Indische oma en haar keuken vol geuren van kokos, palmsuiker en kaneel. Deze plek voelt goed — vriendelijk, hartelijk, alsof we hier al jaren thuiskomen.
Na het ontbijt plannen we de middag. We zouden lunchen bij het hotel, maar een klein misverstand zorgt voor een aangename verrassing: we gaan te voet naar een lokaal eettentje. Onderweg maken we een korte stop bij een protestantse begraafplaats, waar een groot Jezusbeeld uitkijkt over het dorp. Een vreemd gevoel van rust daalt over me neer, alsof de wereld hier even langzamer draait.
Bij het stalletje eten we sate babi en babi gangang, gerechten van varkensvlees met pittige sambal Batak. Het smaakt fantastisch — al weet ik dat het bloed van het varken onderdeel is van de saus. Gerard kijkt even bedenkelijk, maar geniet zichtbaar. Dan gebeurt het: we lopen door het gras terug naar de auto, en stappen allebei midden in een nest rode mieren. Een steek hier, een steek daar — het dansje dat we daarna doen, zal niemand ooit vergeten.
De middag brengen we door tussen de Batakhuizen van een klein dorp. Vrouwen weven kleurrijke kleden, terwijl kinderen schaterlachend langs ons heen rennen. De traditionele huizen, met hun hoge puntdaken en houtsnijwerk, zijn stuk voor stuk kunstwerken. Ik koop een riem en Gerard een paar schoenen — allebei tevreden met onze vondst.
Dan de volgende stop: een enorme witte Jezusfiguur van zestig meter hoog, de trots van dit eiland. “De grootste van de wereld,” zegt onze gids trots. Ik glimlach. Elk land heeft zijn ‘grootste van de wereld’. Toch is het indrukwekkend, hoe het beeld uitkijkt over het landschap.
Niet ver daarvandaan bezoeken we een waterval. Klein, maar mooi. De weg ernaartoe is een avontuur op zich — hobbelig, smal, maar vol charme. En dan, alsof het niet genoeg is, brengen we nog een bezoek aan de hot springs aan de voet van de vulkaan die ooit het Tobameer vormde. Het water sist nog steeds, de aarde ademt hier warmte.
Op de terugweg stoppen we bij een Indomaret voor wat inkopen. Buiten staat een bakso-verkoper — voor 10.000 roepiah krijgen we een kom hete soep met balletjes en noedels. Heerlijk en simpel. Terug in het hotel praten we nog wat met John, een Amerikaanse reiziger die ook hier verblijft.
De avond valt. We willen de F1-kwalificatie kijken, maar de verbinding laat het afweten. Gerard haalt zijn schouders op. “Dan maar vroeg slapen,” zegt hij. Ik knik, luister nog even naar het kabbelende water van het Tobameer en denk: dit was een dag vol kleine avonturen, precies zoals reizen bedoeld is.
Geef deze dag het aantal sterren dat het verdient, volgens jou.
Reactie plaatsen
Reacties
Dat wordt toch gaan afvallen