Dag 14, vrijdag 10 oktober 2025

 

  • 📍 Locatie (POP hotel, SJogyakarta, Java)
  • 🥥 Ontbijt: nasi goreng / 🍛 Lunch: kroket, ragut, tempeh / 🍲 Avondeten: geen
  • 🍊 Fruit van de dag: meloen
  • 🎧 Geluid van de dag (nee)
  • 🖼️ Cartoons & beelden (gedaan)
  • 🌊 Gezwommen nee
  • 🐾 Bijzonder moment / ontmoeting: Marokkaans stel
  • 🌟 Reflectie / afsluiter: een stad heel aantrekkelijk zijn

 

Verhaal

De ochtend begint met routine — en een vleugje melancholie.

Alles ligt klaar. De rugzak halfvol, de kamer halfleeg.

Nog een paar losse spullen op tafel, een slipper zonder broer, een oplader die zich weigert te laten oprollen.

Maar verder: orde.

Ik heb het reizen inmiddels in de vingers.

Leven uit een tas is geen kunst, het is ritme.

 

De schone was gaat keurig in het bovenste vak, de wasbak vult zich met de rest van het dagelijks ritueel: tandenborstel, haargel, deo — dat soort kleine zekerheden die je elke dag een stukje thuis geven.

Buiten drukt de hitte tegen de muren, 32 graden alweer, maar met een korte stoot koude lucht van de airco hou ik de tropen op afstand.

Net genoeg om ’s nachts te slapen zonder het gebrom van machines in mijn hoofd.

 

Douche, kleren aan, tas dicht, naar beneden.

Ontbijt: gebakken rijst met groenten en kip, een glas sinaasappelwater dat smaakt naar vloeibare zon.

Boven had ik mijn medicatie al genomen — kleine rituelen van zorg tussen de grote avonturen door.

 

Gerard en ik eten in redelijke stilte. Niet ongemakkelijk, maar tevreden.

Ik besluit mijn verhalen van de afgelopen dagen af te maken en te publiceren.

Er is veel te vertellen — en soms nog meer te voelen.

Maar internet is traag, tergend traag.

Niet in megabytes, maar in kilobytes, alsof het web zelf ook vakantie heeft genomen.

Tekst lukt nog net, maar de website opent als een slak met een jetlag.

Ach, de foto’s volgen later wel.

Dit is niet de dag van pixels, dit is de dag van pauze.

 

Rond elf uur checken we uit.

De rugzakken laat ik bij de balie achter — het voelt alsof je even je eigen ballast parkeert.

We nemen elk een betjak richting Jl Malioboro.

De zon staat hoog, de stad zindert.

We lopen naar Djoen, dat heerlijke café met zijn geur van koffie, kaneel en iets wat ik alleen maar kan omschrijven als heimwee.

 

We bestellen drie soorten koffie en vijf kleine hapjes.

We praten over gisteren — de dag die nog in ons lijf zit — en ik lees mijn verhaal hardop voor.

Halverwege stokt mijn stem.

Emotie.

Ongevraagd, onbeschaamd.

Gerard kijkt me aan, glimlacht. “Laat maar komen,” zegt hij. En ik laat het komen.

 

Daarna slenteren we verder, langzaam, zonder doel.

We kopen allebei een schoudertas — eindelijk wat praktische elegantie tussen al dat gezwoeg met rugzakken.

Een eigen plekje voor paspoort, telefoon, hoop.

 

Dan terug naar het hotel.

Nog geen vijf minuten later staan Samiyati en Carmen voor ons.

De warmte van gisteren loopt door in vandaag.

Ze kletsen voluit met Gerard, we lachen, maken foto’s.

Het afscheid voelt zacht, niet zwaar — het soort afscheid dat zegt: we zien elkaar weer.

 

En dan meldt de chauffeur zich.

De reis gaat verder.

 

Inchecken, controle — het gaat soepel, haast te soepel.

Alleen de tijd werkt tegen ons.

De vlucht vertraagd.

Maar als de wielen van de Airbus 45 minuten later eindelijk loskomen van de aarde, voel ik het vertrouwde tintelen:

dat lichte gevoel van loslaten, dat moment waarop je letterlijk tussen werelden zweeft.

 

Na een korte vlucht landen we op Lombok – Praya Airport.

De lucht ruikt anders, ziltiger, vol belofte.

Een rit naar Bangsal is snel geregeld.

Onderweg trekken schaduwen van palmen over de weg in de donkere avond.

 

Maar dan, zoals dat soms gaat op reizen waar alles klopt —

doet iets het niet.

 

De geboekte homestay blijkt op het verkeerde eiland te liggen.

Zelfde naam, ander water ertussen.

Lombok is niet Lombok genoeg, blijkbaar bij het boeken.

Maar ach, dat hoort erbij.

 

We vinden een andere plek, eenvoudig, wat afgeleefd, maar goed genoeg voor een nacht.

En op de een of andere manier verwacht ik meneer Bates te zien.

Er staat een moderne tv met Android-box op de kamer, maar geen stopcontact in de buurt.

Dus schuif ik met een tafel, trek draden, bouw mijn eigen commandocentrum: drie stekkers, vier USB’s, één reiziger met doorzettingsvermogen.

 

De klok tikt voorbij middernacht.

Ik zit op bed, schrijf deze regels.

Naast me een fles Pulpy Minute Maid, een Pocari Sweat, en een zakje Kacang-noten.

De airco zoemt zacht, de nacht is warm en stil.

 

Buiten blaft ergens een hond,

ver weg kraait een haan die te vroeg is of te laat,

en ik voel de reis in mijn botten.

Vermoeid, voldaan, verwachtingsvol.

 

Lombok wacht.

De zee ruist, als een ademhaling die me uitnodigt om verder te dromen.

De warmte blijft aan mijn huid kleven,

maar in mijn hoofd waaien al de eilanden van morgen.

 

En ik —

ik laat de nacht maar komen.

Niet als einde,

maar als belofte van weer een begin.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 0 sterren
0 stemmen

Geef deze dag het aantal sterren dat het verdient, volgens jou.